Interview pater Jan Holman

‘De Bijbel heeft weer de plaats gekregen die hem toekomt‘

De in Driebergen woonachtige 93-jarige pater Jan Holman maakt zich zorgen om de klimaatverandering, maar is hoopvol over de kerk en de oecumene.
“Jij, met je zwakke gezondheid, hebt ze allemaal overleefd”, zeggen zijn vier oud-studiegenoten die nog in leven zijn weleens. De 93-jarige pater Jan Holman bezoekt nog maandelijks ‘De Antiekbeurs’ in Soest: een gezelschap van emeriti pastores die naar aanleiding van een artikel met elkaar in gesprek gaan over een theologisch onderwerp. “Dat zijn nuttige gesprekken”, zegt hij. Hij wordt gehaald en gebracht. Voor zijn ruim honderd lezers schrijft hij iedere week de ‘Bouwstenen’, waarin hij uitleg geeft over de Bijbel. En hij werkt actief zijn eigen dagboek bij.

IMG 0414

‘Tweede Vaticaans Concilie was een waterscheiding‘

Waterscheiding
In deze tijd is hij “zeer bezorgd” over de klimaatverandering, maar tegelijkertijd ziet hij goede ontwikkelingen. Onder christenen, merkt hij op, is “steeds meer openheid naar eenheid.” De vijandelijkheden van vroeger verdwijnen, merkt hij op, en een verlangen naar kerkelijke eenheid, naar oecumene, neemt toe, ook tussen protestanten en katholieken. Die ontwikkelingen vloeien volgens pastor Holman nog altijd voort uit het Tweede Vaticaans Concilie (1962- 1965), die hij “een waterscheiding” noemt.

“We verwachtten er vóór die tijd niets van, maar het Concilie blijkt een verandering teweeg te hebben gebracht die nog steeds niet tot volle uitwerking is gekomen. In 1965 is bijvoorbeeld een document over de Heilige Schrift geschreven dat zo vooruitstrevend is dat Nederland er nog niet aan toe is.”

Geheime gesprekken

In Engeland gaf hij enkele jaren les aan The Missionary Institute London, een Theologische Faculteit, geaffilieerd aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij heeft daar gezien dat paus Benedictus Anglicaanse predikanten toestond om katholiek priester te worden, terwijl ze getrouwd waren en dat mochten blijven nadat ze tot priester waren gewijd. Ze mochten hun eigen liturgie en kerkelijke structuur houden, op voorwaarde dat ze één werden met de kerk van Rome. “In een jaar tijd zijn in die tijd zestien Anglicaanse bisschoppen overgegaan naar de katholieke kerk.”

In Nederland ziet Holman dat ook nog wel gebeuren, zeker sinds enkele protestantse predikanten die hij kent erover speculeren. “Er zouden hierover in het geheim gesprekken met de Protestantse Kerk Nederland gaande zijn in Rome. Wat de lezer hiervan moet denken? “Beschouw het maar als een kerkelijke roddel”, zegt hij.

Pastor Holman: “Ik zie weldegelijk een overgang van een statische naar een dynamische kerk. Een kerk waarbinnen Azië en Afrika veel mondiger zijn geworden en waarin het sinds de verkiezing van de Poolse paus niet meer vanzelfsprekend is dat de volgende paus een Italiaanse paus zal zijn. Wat voor die tijd wel het geval was.”

Congregatie

Hij is geboren in Teteringen, gemeente Breda, in een gezin met nog drie broers, van wie hij de jongste was en de enige is die nog leeft. In het dorp namen de theologiestudenten van het missiehuis Teteringen het organiseren van jeugdbijeenkomsten op zich, nadat de Duitse bezetter in de jaren van Tweede Wereldoorlog alle katholieke jeugdverenigingen had verboden. “Ze vingen het gemis aan de jeugdbewegingen op.” De missionarissen van Steyl, met als volledige naam de rooms-katholieke congregatie (kloosterorde) Gezelschap van het Goddelijk Woord, hadden in Teteringen hun provinciale vestiging (hun Latijnse naam is: Societas Verbi Divini, SVD). Jan Holman luisterde op jonge leeftijd in Teteringen al vol bewondering over wat ze als missionarissen verspreid over de gehele wereld meemaakten. “In Teteringen was er ook een museum met spullen uit Indonesië en Afrika. En ook een van binnenuit verlichte wereldbol waarop alle missieposten waren aangegeven. “Dat maakte zo’n indruk op mij”, vertelt pater Holman.

Hij vertelde aan zijn moeder al als elfjarige dat het zijn wens was om priester te worden. En hij wist als kind ook al heel zeker dat hij niet de opleiding van het bisdom Breda wilde volgen, maar dat hij naar hij Seminarie van de missionarissen wilde. Hij ging in 1945 naar het seminarie met gymnasiumopleiding van de congregatie in Steyl bij Venlo, waar hij tot z’n achttiende studeerde. De gebruikelijke filosofische en theologische priesterstudie (van zes jaar) volgde hij in Teteringen. In 1959 werd hij tot priester gewijd.

Nieuwe taal

Daarna studeerde hij zes jaar theologie, en in het bijzonder in de vakken Oude Testament en Hebreeuws aan de Theologische faculteit Nijmegen, het Bijbelinstituut in Rome en de Ecole Biblique et Archéologique Française in Jeruzalem. Tijdens zijn studie kwam hij in contact met Mitchel Dahood, een van oorsprong Libanese Amerikaan, die was geboren in Boston. Hij was de ontdekker van een taal, het Ugaritisch dat “een bloedverwant van het Bijbelse Hebreeuws” bleek te zijn, vertelt Holman. Daardoor was het mogelijk om in de vertaling van de Hebreeuwse Bijbel woorden waarvan bijbelvertalers niet zeker wisten wat ze betekenden die alsnog in te vullen. “Tot die tijd vertaalden ze sommige woorden vrij willekeurig.” Dat verklaart het verschil tussen diverse Bijbelvertalingen.

Goedkope cognac

Nadat hij zijn Bijbelstudies had voltooid gaf hij van 1964 tot 1974 les in Spanje, eerst in Dueňas in Castilië, later in Pamplona in Navarra, een Spaanse wijnstreek waar een glas wijn goedkoper was dan een kop koffie herinnert hij zich. In die tijd was de dictator Franco aan de macht in het land. Hij was sterk voorstander van een verenigd Spanje, terwijl de Basken in Baskenland in die jaren juist autonomie opeisten. “Verschillende van mijn studenten die met de Baskische afscheidingsbeweging ETA sympathiseerden, werden om die reden gearresteerd. Het regime was erg bang voor negatieve beeldvorming over Spanje in het buitenland. Omdat de Spaanse overheid ervoor wilde zorgen dat er geen ‘slechte berichten’ richting buitenland gingen, hielp het wel als ik, als Nederlander, naar de politie ging om een goed woordje voor hen te doen. En het hielp ook als ik een fles cognac meenam, al was het de goedkoopste. Aan het Theologische Instituut van de Universiteit van Navarra doceerde pater Holman Oude Testament en Hebreeuws.

Castel Gandolfo

In Rome maakte hij vervolgens tijdens zijn studie aan het Pauselijk Bijbelinstituut van nabij het Tweede Vaticaans Concilie mee. Na zijn docentschap in Spanje werd hij door zijn congregatie van de missionarissen SVD gevraagd assistent cursusleider te worden in de Italiaanse plaats Nemi, 35 kilometer ten zuiden van Rome. Daar is een instituut voor theologische updating van missionarissen na het Tweede Vaticaans Concilie, destijds een unicum in de katholieke kerk, gevestigd met uitzicht op Castel Gandolfo, het vakantie- en buitenverblijf van de pausen. Na een jaar was hij al assistent af en werd hij cursusleider, in plaats van de cursusleider met wie hij samenwerkte. Die was benoemd in de missie in Indonesië en werd kort daarop tot Generale Overste van de SVD gekozen. Priesters die lid zijn van de congregatie Gezelschap van het Goddelijk Woord kunnen om de drie jaar van functie veranderen. Nadat die drie jaren voor pater Holman in Nemi waren verstreken, gaf hij aan dat hij de baan – hij stond er als cursusleider helemaal in zijn eentje voor – vanwege zijn gezondheid niet meer aankon.

Hij gaf daarna, het was inmiddels 1978, in Engeland les aan het eerder vermelde theologisch instituut te Londen van een aantal gezamenlijke missiecongregaties, een instituut dat overigens niet lang zou blijven bestaan, merkt hij op. Nog drie jaar later – het triënnium was verstreken, zoals dat heette – keerde hij terug ik Nederland, waar hij tot aan zijn pensionering op z’n vijfenzestigste Oude Testament en Hebreeuws en Aramees (de moedertaal van Jezus) doceerde aan de Theologische Faculteit van de Universiteit Tilburg.

Oecumenische samenwerking

Hij kreeg een woning in Driebergen-Rijsenburg. Hier is hij sindsdien, zoals hij zelf zegt “privé bijbelwetenschapper”. In de jaren sinds zijn emeritaat heeft hij jaren pastoraal werk, voornamelijk in de bediening van de sacramenten, gedaan, vooral in verzorgingshuizen, in Driebergen en in de omgeving iedere zondag, maar ook doordeweeks, op woensdag en donderdag, ging hij nog jaren voor in de Mis. In de protestantse gemeente van Austerlitz, De Hoeksteen, ging hij geregeld met preek voor in oecumenische diensten. Hij heeft nog steeds een hartelijke relatie met kerkgangers van De Hoeksteen.

Hij werkte hierbij niet alleen goed samen met Nelleke Spiljard, die tot het begin van dit jaar pastoraal werker was in onze parochie Heilige Familie, maar ook met predikanten in de omgeving. Twee vrouwelijke predikanten belden hem altijd als een katholieke parochiaan graag de ziekenzalving wilde ontvangen. En deze predikanten kwamen zelf ook soms naar de Mis. “Ik ben zeer tevreden over die oecumenische samenwerking”, zegt pater Holman.

De protestanten vertrokken bij de Reformatie in 1517 “met medeneming van mooie juwelen”, zegt hij, waarmee hij wil zeggen dat ze veel goede en mooie zaken uit de katholieke traditie een plek gaven in hun geloof. “Een verschil tussen katholieken en protestanten is nog wel dat het enige zintuig waarmee protestanten een viering beleven het gehoor is”, merkt hij met twinkeling in zijn ogen op. “Terwijl het bij katholieken om alle zintuigen draait: naast het horen ook voelen, ruiken en zien.” Serieus vervolgt hij: “Bij katholieken heeft de Bijbel weer de plaats gekregen die hem toekomt.” Om er meteen aan toe te voegen. “En ken je die grap van onze katholieke cabaretier Herman Finkers: “Jullie protestanten kennen de Bijbel beter, maar wij begrijpen ‘m beter”.

Henk van IJken